Muziek

Mijn jeugdidool!
Frederic Chopin – ander idool
Zoon Alexander aan de piano

Zonder muziek zou voor mij het leven moeilijk voor te stellen zijn. Van jongs af aan luisterde ik veel. In de weekenden struinden mijn vader en ik vlooienmarkten af op zoek naar platen. Zo leerde ik zeer diverse muziek kennen, van folk en pop tot jazz, klassiek en wereldmuziek. En ik had op zeker moment een echt jeugdidool: Elvis Presley. Ik zag een aflevering in een serie over hem waarin All shook up werd gezongen en was meteen verslingerd aan die voor mij magische muziek! Mijn schoolgenootjes begrepen er niks van, Elvis was voor oude mensen natuurlijk. Ik werd geplaagd met mijn Elvis-kapsel. Tot ik een keer met een spreekbeurt over hem vertelde en hem nadeed, toen was het ijs wel gebroken.

Rond mijn negende kwam ik korte tijd in aanraking met de piano, wat ik meteen geweldig vond. Vanaf mijn zeventiende pakte ik dat wat serieuzer op, al ben ik altijd een beetje autodidact gebleven en nooit echt goed geworden. Ik mis er denk ik toch de discipline van het studeren voor. Zoals Elvis mijn idool was als kind, werd Chopin dat voor de piano in mijn tienerjaren. Nog steeds is mijn band met zijn muziek hecht. Ik speel hem het liefst op de piano en blijf het ongelooflijk vinden wat een reikwijdte en diepte aan emoties hij in zijn werk wist te leggen in zo’n kort leven (1810-1839). De liefde begon met de plaat die wij thuis draaiden van Stefan Askenase’s interpretatie van de Walsen en duurt voort.

Sinds een jaar schrijf ik zelf liedjes voor gitaar en mondharmonica en eenvoudige stukken voor piano. Het is gewoon voor de lol, maar zelf wat maken is toch weer een heel andere ervaring. Muziek blijft een mysterie, als het leven zelf. Wat een wonder dat we dit hebben: muziek is voor mij de hoogste kunst.